COLUMN | Herinner je je jouw eerste auto nog?

De laatste tijd moet ik veel denken aan mijn eerste auto. Achteraf gezien is dat een heel belangrijk moment geweest in mijn leven. De liefde voor auto’s is er altijd geweest – ik zat al in vooroorlogse auto’s toen ik het woord auto nog niet kon uitspreken – maar je eerste auto bepaalt de richting voor je verdere autoleven: is het een BMW, dan is de kans groot dat je altijd een zwak zult houden voor de snelwegvreters uit Beieren.

Die van mij was een Saab 900C uit 1987. Hoewel… technisch gezien was de Saab niet mijn allereerste auto: op mijn zestiende kreeg ik de afgeragde Fiat 500 van vrienden van mijn ouders. Maar toen ik die eindelijk aan de praat had gekregen, trapte ik tijdens de eerste proefrit meteen door de vloer. Letterlijk. Bovendien had ik die auto niet betaald met mijn eigen geld.

275 euro

De Saab kostte 275 euro. Toen een vriendin haar hele e-mailcontactlijst een mailtje stuurde met de vraag of iemand geïnteresseerd was in de auto van haar emigrerende broer, antwoordde ik binnen een minuut. We doopten de Saab de Witte Tank, een bijnaam die hij een paar jaar later zou waarmaken bij een zachte touché met een stadsautootje. De Smart in kwestie brak in twee stukken, terwijl het op de bumper van de Saab nog even zoeken was naar het deukje.

“De iconische lijnen die Björn Envall in de jaren ’70 op papier zette, staan in mijn autogeheugen gegrift.”

Ik groeide op met dromen over Bugatti, Ferrari en Jaguar en tot op dat moment was ik allesbehalve Saab-man. De Saabs die ik kende, waren van mijn oom (die half Zweeds is en dus niet veel keuze had) en onze huisarts (logisch).

Maar je eerste auto is niet zomaar een auto. Iets van die auto gaat over in je DNA, zelfs als die eerste auto een Suzuki Alto was (sorry Rutger); je zult er altijd met een warm gevoel aan terugdenken, al was het maar omdat je in die auto met Nienke naar Spanje reed in 1998.

De gitzwarte Saab 900 Turbo S met Airflow kit was mijn tweede auto.

En zo kwam het dat mijn liefde voor de Saab 900 nooit meer is opgehouden. De iconische lijnen die Björn Envall in de jaren ’70 op papier zette, staan in mijn autogeheugen gegrift.

Old school

De Saabs twee liter motor zónder injectie (de C staat voor carburateur) had nog een handmatige choke, wat in eerste instantie heel old school cool was, maar ik was er minder enthousiast over toen hij in onze eerste winter samen vastvroor en ik uit frustratie de kabel kapot trok. Een week lang kon ik de auto alleen starten met geopende motorkap, wat veel te old school was om nog cool te zijn.

En de Saab vertoonde meer tekenen van senioriteit. De meest in het oog springende was de loshangende dakhemel – een bekende Saab 900-kwaal. Ik ben bijna twee meter, waardoor de stof tegen mijn haar schuurde en ik er na het rijden uitzag als een jongetje dat te lang met een ballon heeft gespeeld.

Turbo

Ik nam er een paar jaar later afscheid van om plaats te maken voor een diepzwarte 900 Turbo 16S. Een beest van een auto met 185 pk en een whale tail-spoiler waar een Porsche Turbo nog een puntje aan kan zuigen. Daarmee was de passie voor Saab wel compleet. Op dit moment heb ik een blauwe T16S Cabriolet en hoewel ik tot over mijn oren verliefd ben op die auto – de geur van het zwarte leer, het gevoel van het houten Nardi-stuur in mijn handen, het geluid van de fluitende turbo – verlang ik zo nu en dan, op de meest onverwachte momenten, ineens hevig terug naar het gevoel van losse hemelbekleding op mijn haar.