IN NIELS’ GARAGE | Porsche 911 964 3.6 Carrera 2 1991

In In Niels’ Garage brengen we je uitsluitend auto’s die we zélf in de garage hebben staan, of die we in onze garage willen hébben staan. Onze ultieme toekomstige autoverzameling zeg maar.

Linkerhand

Toerenteller in het midden, contactsleutel aan de linkerzijde van het stuur en een luchtgekoelde boxermotor die achter je tot leven komt; een Porsche 964 is al een belevenis voordat je er ook maar een meter mee hebt gereden. En dan die vorm. De 911 is een auto die bij iedere generatie autoliefhebbers emotie oproept. Terzijde: zou mijn linkerhand er voor over hebben om zo’n spoiler in de achteruitkijkspiegel omhoog te zien komen. 

Zo zien we een 911 graag; op de openbare weg!

Ultieme neunelfer

De 964 was, net als de modellen die ervoor en erna kwamen, in allerlei verschillende uitrustingen te krijgen. De 3.6 liter motor laat een bescheiden 250 paarden op de achterwielen los, maar doet dat dan met zoveel gegrom dat het eigenlijk niet uitmaakt hoe snel je in werkelijkheid acceleert. Kan zo’n Turbo S nog zo snel zijn; de oren willen ook wat. Waarom we hem In Niels’ Garage zetten? Simpel, dit is de ultieme neunelfer voor dagelijks gebruik. Al het mooie van de klassieke 911’s, maar ook meer dan rap genoeg in het verkeer anno nu.

Binnenwandelen en wegrijden. Naar Saint-Tropez bij voorkeur.

Hieronder schuilt de krachtbron

Dit exemplaar ziet er nog als nieuw uit en heeft net onderhoud gehad. Eigenlijk is het een kwestie van binnenwandelen en wegrijden. Naar Saint-Tropez bij voorkeur; als de zon er maar schijnt. Zelfs tussen de nieuwere modellen 911, is dit een opvallende verschijnen en de bonus is dat je er geen anderhalve ton armer van wordt. Enfin, we kunnen hier eindeloos over doorgaan, maar ik stel voor dat we de foto’s voor zichzelf laten spreken. 

Deze 964, die al sinds 1999 in Nederland rijdt, staat overigens te koop bij Garage Caspers in Eelde. 

Bremsen!
Comfortabel genoeg als dagelijks vervoer
Heerlijk, die afwijkende contactslotpositie.
Die. Spoiler.

Fotografie: Maarten van Hemel