VIDEO | Rob Kamphues: Mijn armen zitten er nog aan…

Je kent Rob Kamphues waarschijnlijk vooral als presentator (De Reünie, Ziggo Sport F1); minder bekend is het dat Rob ook een hardcore petrolhead is, met een voorliefde voor racen. Hij is bovendien initiatiefnemer van Groot Hart, een stichting die ieder jaar een racedag organiseert voor ernstig zieke kinderen en hun familie. Op Niels’ Garage doet hij verslag van zijn auto-avonturen. 

Mijn hoofd zit nog op mijn romp, de auto is nog heel – op een paar krassen en butsen na – en ik had zowaar nog kracht genoeg om op het podium de plaatstalen trofee boven mijn hoofd te tillen. Alleen die giga-fles champagne erna, daar had ik niet meer op gerekend, maar who cares na een vierde plek overall en een tweede plek in mijn klasse tijdens de GT & Prototype Challenge op het circuit van Zandvoort. Belangrijkste conclusie na een dag in de cockpit van de Wolf GB08 van Bas Koeten Racing: ik snap nu waarom ze in de formule 1 wél stuurbekrachtiging hebben…

Snel, maak een foto, anders laat ik die fles uit mijn handen donderen! Let ook even op het bord achter mijn hoofd, daar hoefde ik echt niet langs hoor! (Foto: Ivo Triepels)

Duimen voor een goed resultaat

‘Rob, iets later en scherper insturen in de Tarzanbocht,’ roept mijn engineer Maarten. ‘Geloof me, dat wil de auto echt wel.’ Ja, de auto wel, maar mijn lijf niet! Tsjonge jonge wat stuurt die Wolf op snelheid en met nieuwe banden zwaar. Het is alsof ik bij iedere bocht in mijn eentje een eikenhouten tafel moet optillen. Mijn bovenarmen gaan nog wel, m’n onderarmen ook nog, maar mijn vingers branden in mijn handschoenen van het krampachtig knijpen om te voorkomen dat het stuur uit mijn handen klappert.

‘Rob, minder in je stuur knijpen, met je hele hand sturen.’ Ik heb maanden getraind voor deze uitdaging, bank gedrukt, power gelift, in knijpapparaatjes lopen knijpen tot ik er kramp van kreeg, maar mijn duimen willen niet meer. Wie traint er nu zijn duimen? Wanneer gebruik je nou ooit je duimen? Ja als je heel veel geld moet tellen, maar dat heb ik niet. Pas als ik de volgende dag op de massagetafel lig en de masseuse van dienst mijn kuiten bewerkt terwijl ik het geluid van een gillend speenvarken imiteer, denk ik: ‘Had ik díe duimen maar gehad tijdens de wedstrijd!’

Overleg tijdens de pitstop: ‘We duimen voor je, Rob.’Fijn, want mijn duimen begeven het zowat. (Foto: Edwin Nieuwenhuis)

Serious shit

Misschien lijkt het soms of ik mijn raceprestaties niet serieus neem. Dat doe ik heus wel, al was het maar omdat ik twee keer zo hard mijn best moet doen als Robert Doornbos of Giedo van der Garde om de helft te bereiken van wat zij met hun ogen dicht kunnen. Diep in mijn hart vind ik dan ook dat ik twee keer zo hard mag juichen op een podium, maar mijn oude moedertje heeft mij geleerd in elk geval te doen alsof ik bescheiden ben.

Alleen; met valse bescheidenheid kom je niet zo ver in de racerij en helemaal niet als je twee top-engineers tot je beschikking hebt in de vorm van Maarten van der Poel en rijderscoach Rik Kasius. Zij gaan elke training, iedere race in met een fanatisme alsof er een wereldtitel en miljoenen euro’s op het spel staan. ‘Hé Rob, als we niet allemaal ons uiterste best doen om het maximale uit onszelf te halen, waarom doen we het dan nog?’ Gelijk hebben ze.

Hobbeltje? Wélk hobbeltje?!

Dus wordt elke ronde minutieus geanalyseerd: ‘Rob, insturen bij de Tarzan na het hobbeltje in de weg.’ Welk hobbeltje? Waar hebben ze het over? Ik heb aan het einde van het rechte stuk alleen maar oog voor de zandbak recht voor mij waar ik niet in hoop te belanden. ‘Richt je aandacht op de binnenkant van de bocht in plaats van op die zandbak, als je daarin belandt is het toch te laat.’ Ok, ook weer gelijk in, ik concentreer me op de baan voor me en de binnenkant van de bocht en verdomd na een paar ronden voel ik een hobbeltje en inderdaad, daarna stuurt de auto een stuk makkelijker in.

Maar oh oh oh wat kost het me een moeite om na een half jaar niet geracet te hebben meteen op hun niveau aan te haken. En oh oh oh wat geniet ik ervan, omdat het me eens te meer inzicht geeft wat echte topcoureurs allemaal met speels gemak kunnen en hoe ongelofelijk knap dat is. En stiekem ben ik natuurlijk een hééél klein beetje trots dat dit soort mannen me niet vierkant in mijn gezicht uitlacht om mijn raceaspiraties.

‘En als je de motor af laat staan bij het wegrijden helpen we je ook weer op weg hoor.’ (Foto: Edwin Nieuwenhuis)

Sitting duck

Dankzij hun professionele hulp knabbel ik in de kwalificatie anderhalve seconde van mijn beste tijd af en mag ik van de vierde plek van start gaan; achter me een heel veld aan auto’s van allerlei pluimage. Het leuke aan de GT & Prototype Challenge is dat net als op Le Mans Porsches, BMW’s en rijdende voetzoekers zoals mijn Wolf allemaal door elkaar rijden; sommige auto’s zijn snel op het rechte stuk, andere, zoals de mijne zijn vooral snel in de bochten. Het nadeel ervan is dat ik bij de rollende start vijftien man in mijn nek heb hijgen in auto’s met meer gewicht maar ook met twee keer zoveel vermogen; de sprint naar de eerste bocht van de wedstrijd maakt van mijn Wolf een sitting duck; links en rechts vliegen de BMW’s en Porsches me om de oren en dan gaan ze ook nog eens voor mijn neus op hun snufferd, zodat ik een noodstop moet maken en er nog een paar voorbij zoeven.

 

‘Push, push, push!’

Vanaf plek 9 moet ik een inhaalrace rijden met do-or-die-acties waarvan teambaas Bas Koeten de handen voor de ogen slaat. Twee ronden voor het einde – mijn handen voelen dan al alsof ze in fik staan – roept Maarten ‘push, push, push’ en dat is meestal het teken dat er nog iets te winnen valt. ‘Fighting for position’ meldt hij nog eens als ik bij de bumper ben beland van een BMW die me bij de start voorbij is geschoten. Zoveel fanatisme in de pits kan niet onbeantwoord blijven, dus dwing ik de auto nog een paar bochten iets scherper en sneller naar binnen en, enfin, hoe dat afloopt moet je zelf maar bekijken in het filmpje hieronder:

 

Mooi vervolg op komst?

Was dit het voor dit jaar dan weer? Houdt het nu alweer op? Wellicht, dat hangt een beetje van de racekalender af en van waar er nog plek is, maar het liefst zit ik vanaf nu elke maand een dag in de auto om scherp te blijven, zo niet scherper te worden. Veel scherper. Racemaatjes en echte toppers als Giedo van der Garde en Robert Doornbos hebben me al aangeboden even voor te doen hoe het écht moet en misschien moeten we dat maar eens gaan doen om erachter te komen hoeveel ik tekortkom; is het een seconde? Of zijn het er twee? Nee toch? Daar moeten we uiteraard wel achter komen wil dit avontuur ooit een mooi vervolg krijgen. Wat dat vervolg is? Ik heb geleerd geen dingen hardop te roepen voor er een reële kans is dat het ook zover komt, maar houd deze plek in de gaten, na de zomer weten we vast meer.

Meer video’s van Rob? Abonneer je dan op zijn YouTube-kanaal Rob Kamphues Racing!

‘Waahaaar heen, leiheidt de weg, die wij moeten gaaaan.’ (Foto: Edwin Nieuwenhuis)