FOTOVERSLAG | Terreinvreters: blubberhappen in Fursten Forest

Als vrienden me uitnodigen voor een roadtrip, maak ik meteen mijn agenda vrij. Dus toen Coen Caspers me belde dat hij met een groepje modderfanaten richting Duitsland wilde afreizen met hun Land Rovers, bedacht ik me geen moment. Wat ik me toen nog onvoldoende realiseerde was dat deze roadtrip zich zou afspelen op een hele andere ondergrond dan ik gewend ben; om Dr. Emmett Brown in Back to the Future te citeren: “Roads? Where we’re going we don’t need roads…

Houtkachel

We verzamelen in Eelde, in het kantoor van de showroom van Garage Caspers, een onvervalste man cave waar Coen de houtkachel al heeft aangestoken. Het is een waterkoude en kletsnatte dag en de voorspellingen in onze weerapps liegen er niet om. We drinken koffie met de mannen en vrouwen die Coen in de loop der tijd om zich heen heeft verzameld. Klanten, vrienden en familie; wat ze bindt is de liefde voor bijzondere auto’s en het terrein. De eerste foto’s worden ondertussen al gedeeld in de WhatsApp-groep, bomvol 4×4-liefhebbers uit Groningen, Friesland en Drenthe.

We rijden in colonne naar het Duitse Fürstenau, op nog geen half uur rijden van Emmen. Het immense Fursten Forest is een offroadspeeltuin van ruim 400 hectare –genoeg om je uren te vermaken zonder dat je last hebt van andere kinderen.

De terreinvreters worden van de trailers gereden en Coen en ik nemen plaats achterin zijn Land Rover Lightweight, ooit ontwikkeld voor het Engelse leger dat behoefte had aan een LaRo die licht genoeg was om onder een helikopter te hangen.

“Mijn geschreeuw doet wel iets af aan de coolheid”

In het uur dat volgt, val ik van de ene verbazing in de andere. Over de onvoorstelbare hoek waarin je een Lightweight de meest onmogelijke klimmen opstuurt. Een  blubberhelling waar we net een Jeep achteruit vanaf hebben zien glijden, is geen partij voor de bejaarde viercilinder. Mijn geschreeuw doet dan wel weer iets af aan de coolheidsfactor.

En ik kom er achter dat de term ‘Spartaans rijden’ speciaal is ontwikkeld voor dit voormalige legervoertuig. Als we te hard door een kuil stuiteren en de bodem hard op een stuk steen slaat, geeft de Land Rover de knal rancuneus door aan mijn ruggengraat.

Het bewijs dat je tijdens het offroad-rijden niet per definitie vies en nat hoeft te worden. Achterin een – deels luchtgeveerde – Discovery, is het goed toeven.

Pothole

Op een van de weinige droge stukken in het heuvelachtige bos rijden we zo hard door een pothole dat ik volledig loskom van de bank en met mijn hoofd tegen het stalen frame van de linnen kap sla. Coen steekt zijn duim op; dit is het goede leven. Dat van het enige droge stuk bedoelde ik overigens letterlijk: de overige 399,9 hectare bestaat uit blubberige sporen van soms wel een halve meter diep, waar we ons onder een hoek van 45 graden doorheen proberen te worstelen. Met wisselend succes.

Waterpoel

Dan besluit chauffeur Jan Nico, die ons tot op dat moment uit iedere benarde positie heeft kunnen bevrijden, een waterpoel aan te vallen waarvan we de diepte niet kunnen inschatten. Een paar seconden later weten waarom het zo rustig is bij die poel. De Land Rover probeert uit alle macht onder water door te ademen, maar moet zich uiteindelijk hoestend gewonnen geven. Het water staat dan al tot aan de knop van de versnellingspook.

Mijn eerste gedachte als we door een Land Rover Discovery uit de vijver worden getrokken en ik het water uit mijn laarzen laat lopen? Dat dit wel eens een kort dagje offroad zou kunnen worden. Maar dan ken je Coen nog niet. Die laat de Lightweight aanslepen, gooit ’m vol met verse peut en veegt de modder van de bestuurdersstoel. Dan kijkt-ie me lachend aan: ,,Zo, en nu is het jouw beurt.”

—————

Hoe het ons de rest van de dag is vergaan zie je in het uitgebreide fotoverslag hieronder!

De geur van verse modder en benzine: een onweerstaanbare combinatie.
Nog even checken of alle machines er klaar voor zijn.
Met zo’n logo op je Defender sta je meteen met 1-0 voor!
Vooruit, de Jeep mag ook mee. Het voordeel van deze banden: je hoeft de rijplanken niet te voorschijn te halen. Nice ‘n’ easy.
O wat zie dat linnen kapje er nog heerlijk schoon uit hier…
De volgende generatie staat al te trappelen, maar: veiligheid voor alles.
Op dit moment zit ik in de auto met alle cameragear van de fotograaf op mijn schoot, en met mijn laarzen in het water. Victor en Hilko komen vrolijk polshoogte nemen en hebben geen enkele haast.
Nou vooruit, we zullen eens kijken wat we voor jullie kunnen doen.
FREEEDOOOOM!!!
Yep, dat is water die uit de uitlaat spuit. En langs het portier naar beneden gulpt. Shit got real.
Prima profiel op de bandjes.
Mooi herfsttafereeltje.
Na het waterbad hield de Lightweight er verontwaardigd mee op; het elektrische circuit houdt minder van water dan Coen.
Dit is heel gewoon voor een Defender.
Dit is een stuk minder gewoon! Zo extreem maken de mannen van 4×4 Drenthe het niet vaak mee.
Maar met hulp van een Discovery met lier, en het gewicht van drie potige mannen, staat de Defender na vijf minuten zweten toch weer rechtop.
Waterstand: 40 centimeter boven NAP.
X X
En dan mag ik het zelf proberen.
Past precies.
Hier was het 11.43 uur; kun je wel raden hoe ik er om 19.00 uur uitzag…
Fursten Forest, je was spectaculair!

Fotografie: Remigius Media