RACING | Grand Prix is de beste film die je nooit hebt gezien

Als je onder de 40 bent zoals ik (ahum), dan is de kans groot dat je de film “Grand Prix” nooit gezien hebt. Simpelweg omdat die werd gemaakt in 1966, meer dan vijftig jaar geleden, middenin wat door filmmaker JL Matthews “The Killer Years” werd genoemd. Grand Prix was enorm vernieuwend voor die tijd, met haarscherpe on board shots, waar een moderne GoPro nog een puntje aan kan zuigen, en waarmee de film terecht een Oscar won.

Toen ik me, als product van de jaren ’70, ging interesseren voor Formule 1 waren de Killer Years inmiddels overgegaan in het downforce-tijdperk; die toegenomen neerwaartse kracht betekende een enorme toename in grip; een van de redenen dat Formule 1 steeds veiliger werd. De auto’s van de jaren ’60 daarentegen waren bizarre machines, hoewel het woord doodskisten misschien meer op z’n plaats is.

Wijlen Jim Clark in zijn Lotus 49

Waarom was Formule 1 in die tijd dan toch zo populair? Simpel: het drama maakte allerlei emoties los bij de toeschouwers. Ze kwamen met duizenden naar de circuits om een glimp van de moderne gladiatoren op te vangen. De coureurs waren helden, zeker, maar daarvoor betaalde regelmatig iemand de prijs: in die tijd had je een kans van ongeveer 1 op 2 om deze wereld te verlaten in een bal van vuur. Het steeds lichter worden van de auto’s ging hand in hand met het aantal fatale crashes.

Volgens ontwerper Colin Chapman – onder meer verantwoordelijk voor wat door velen wordt gezien als de mooiste raceauto aller tijden, de Lotus 49 – was de perfecte auto er een die direct na het passeren van de finishvlag uit elkaar viel. Veel auto’s haalden het niet eens zo ver.

Je kunt Grand Prix kijken via verschillende platformen, onder meer via iTunes (7 euro voor 255 minutes film: koopje!), maar ook gratis als je een proefabonnement van 7 dagen afsluit op warnerarchive.com.